Soepel



 
Op de één na laatste tree van de lange houten trap balanceert ze op de bal van haar rechtervoet, haar rechterarm zit stijf gekruld om een dikke tak. In haar linkerhand heeft ze een rieten mandje, waarschijnlijk al heel vaak gebruikt, want het hengsel is bekleed met zwarte tape en door de bodem van het mandje zie ik een rood ijzerdraadje lopen. Met een ferme zwaai gooit ze haar linkerbeen omhoog

naar een hoger gelegen tak en trekt zich vervolgens op deze manier verder omhoog. Inmiddels zit ze, schat ik, al een meter of zeven hoog in de boom. Enigszins bevreesd voor een misstap volg ik vanaf de grond haar kapriolen. Tjsongejonge, het lijkt alsof het haar geen moeite kost om zich zo te manoeuvreren voor de allermooiste kersen. Ze roept iets naar mij, maar ik begrijp het niet. Dan gooit ze een handvol kersen naar beneden die vlak voor mij op de grond vallen. Ze bedoelde vast of ik ze wilde proeven. Ik raap ze op en bekijk ze aandachtig. Ze hebben een prachtige dieprode kleur en zien er bijna allemaal puntgaaf uit. Ik stop er eentje in mijn mond en proef een volle zoete smaak. Ik roep “výborný”, terwijl ik met mijn hand het gebaar van lekker maak. Terwijl zij verder plukt loop ik terug naar de buurvrouw, die voor het huis op een bankje zit. In gebrekkig Tsjechisch maak ik een compliment over haar zuster die nog zo fier en lenig in de bomen klimt. Ze wrijft en draait rondjes met haar handen over haar pijnlijke stramme knieën, bedenkelijk kijkend. Dan zegt ze dat zij ál 83 jaar is, dus oud en versleten. Haar zuster is “slechts” 75 verteld ze lachend. 75? herhaal ik enigszins verbaasd. Ze knikt heftig ja en samen maken we lachend en gebarend met handen en voeten, nog wat complimentjes over haar wel zeer soepele lichaam.
kersen

Juni 2009